WOUDENBERG Nederland heeft te maken met enkele ingrijpende crisis, maar de meest ingrijpende is wel het gebrek aan woonruimte, vooral aan sociale huurwoningen. Voorlopig kan Woudenberg nog bouwen, maar of dat na 2030 nog zo zal zijn is maar de vraag.
Woudenberg stampt met Hoevelaar een grote nieuwbouwwijk uit de grond. Daar kan de gemeente tot 2030 mee uit de voeten. Of er na 2030 nog ruimte in het dorp is om te bouwen is een onderwerp van discussie tussen de provincie en de gemeente. Bovendien vindt een deel van de gemeenteraad dat ze eerst eens moeten praten over wat voor soort dorp Woudenberg moet zijn. Willen we groeien of juist kalm aan doen?
De gemeente zet in op gestage groei omdat ze van mening is dat ze in een ander scenario alleen maar op de winkel mag passen. Dat is geen aantrekkelijke gedachte. Er liggen plannen voor een bedrijventerrein en een woonwijk in Woudenberg Zuid-Oost. De grote vraag is hoe het verkeer de wijk uitgeleid zal moeten worden. Bijvoorbeeld het CDA is voorstander van bouw op die plek, maar vindt dan wel dat er een rondweg moet komen, zodat de N224 niet nog meer en verder verstopt. Op dit moment lijkt de provincie geen voorstander van dit soort oplossingen. Ze wil niet dat er meer asfalt in de provincie komt, zelfs niet om het groeiende probleem bij de rotonde van de N224 en de N26 op te lossen. Woudenberg heeft een redelijke kans dat ze kan blijven bouwen, aangezien Woudenberg niet in de buurt na Natura 2000 gebieden ligt. Door de uitstoot van stikstof bij bouwprojecten worden zulke ondernemingen op veel plekken op slot gezet. Dat is een gigantisch probleem voor de Nederlandse samenleving, aangezien veel mensen zitten te springen om een woning en er op veel plekken niet gebouwd mag worden. Maar in de praktijk blijkt het lastig bouwprojecten op poten te zetten.
Minister Hugo de Jonge heeft gesommeerd dat er in Nederland per jaar 100.000 woningen bij gebouwd moeten worden. Dat aantal wordt bij lange na niet gehaald. Het aantal vergunningaanvragen ligt op 10 procent van het gewenste niveau. Dat heeft niet alleen met de uitstoot van stikstof te maken, maar ook bijvoorbeeld met de gestegen prijzen van bouwmaterialen. Bovendien blijkt dat veel mensen huiverig zijn om een nieuwbouwhuis te kopen. Ze moeten al gauw twee jaar voor de oplevering geld neer leggen. Ze zijn bang dat het lastig kan blijken om hun oude huis kwijt te raken. Er is dus veel onzekerheid in de markt.
Voor projectontwikkelaars is het aantrekkelijker om huizen in het hogere segment te bouwen. Daar kan geld mee verdiend worden om de bouw van sociale huurwoningen te bekostigen. Er is juist veel behoefte aan betaalbare sociale huurwoningen. In de hele regio zijn er wachtlijsten van mensen die graag een woning zouden willen hebben, maar nog niet aan de beurt zijn gekomen. Ze staan soms acht jaar of langer op die lijsten. Hierdoor blijven ze langer bij hun ouders wonen dan wenselijk is. De ‘haperende’ bouw van sociale huurwoningen is niet de enige reden voor dit probleem. Nederland kamp met een enorme toestroom van asielzoekers. Tijdens de coalitieonderhandelingen is dit een belangrijk punt dat opgelost moet worden. Wat de oplossing is, is nog niet duidelijk.
Een duidelijke route en oplossing zijn er zeker niet. Het is een ingewikkeld probleem. Bij het aanmeldcentrum in Ter Apel komen veel mensen aan. Daar kunnen ze de toestroom niet verwerken. Mensen moeten met enige regelmaat buiten in het gras slapen. Voor een land als Nederland is dat een ongewenste situatie. De gemeente aldaar heeft een rechtszaak aangespannen tegen het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).
Deze organisatie moet een boete betalen als er een bepaald aantal asielzoekers meer dan afgesproken aanwezig is. Dat boetebedrag is al behoorlijk aan het oplopen. In een ideale wereld zou een deel van de asielzoekers opgevangen kunnen worden in asielzoekerscentra. Maar dit zitten vol, ook omdat daar statushouders zitten, die daar eigenlijk niet meer zouden moeten zitten. De rijksoverheid bepaalt hoeveel statushouders elke gemeente per half jaar onderdak moet bieden. Dat aantal opvanggevallen groeit nu er steeds meer druk op de zogeheten asielketen komt te staan. Staatssecretaris Eric van der Burg vindt het niet goed dat enkele gemeenten alle lasten op hun dak krijgen.
Dus wil hij de lasten van het probleem over heel Nederland verdelen, zodat elke gemeente een deel van het probleem oplost. Van der Burg vindt het hoogst irritant dat een deel van de gemeenten niet meehelpt dit probleem op te lossen. Uit onderzoeken blijkt dat veel gemeenten de afgesproken aantallen niet halen, ook al omdat ze sociale huurwoningen voor hun inwoners willen over houden. De gemeente Woudenberg voldoet overigens wel keurig aan haar afspraken. De huiverige houding van de gemeenten heeft onder andere te maken met het gebrek aan sociale huurwoningen. Als asielhouders status krijgen, zijn ze Nederlander en hebben ze officieel recht op een woning binnen 14 weken.
Voor veel mensen voelt het oneerlijk dat ze lang op een wachtlijst staan en dan ineens gepasseerd worden door anderen. Dat gevoel is overigens goed voorstelbaar. Maar Van der Burg redeneert dat als de statushouders een woning krijgen ze plaatsmaken voor anderen en zo er voor zorgen dat de overbelaste asielketen wat meer lucht krijgt. De oplossing zou moeten zijn dat er in hoog tempo extra woningen gebouwd worden, maar dat blijkt nogal lastig te zijn. Bovendien zijn sociale huurwoningen niet het meest gunstige om te ontwikkelen.
Gerhard te Winkel
Bijvoorbeeld het CDA is voorstander van bouw op die plek, maar vindt dan wel dat er een rondweg moet komen, zodat de N224 niet nog meer en verder verstopt




0 reacties