WOUDENBERG Peter de Kruif (63) is een geboren en getogen Woudenberger. Hij werd geboren op de Prinses Beatrixstraat als middelste van drie kinderen. Om de hoek was de Julianaschool. Daar bracht hij zijn lagere schooltijd door.
Redactie
__________________________
Ze vormen het cement van de vereniging, de kurk waarop de club drijft. Het werk dat ze doen wordt vaak als vanzelfsprekend beschouwd. Maar de waarde van hun inspanningen is onmisbaar. De vrijwilliger!
__________________________
Vanaf het moment dat dat kon, werd hij lid van de voetbal. De Kruif: ’Dat heb ik tot mijn 17e gedaan. Ik zat in een team met Robert Hiensch, Jan Hendrikse, Ruud van Zon en Erik Willaarts. Die lichting. Bij de voetbal heb ik ook mijn eerste vrijwilligerswerk gedaan. Trainer van de pupillen. We hadden een fantastisch team met Alex Karimi, Casper Schipper en Marcel Bouw en werden fluitend kampioen.
Na de A-junioren ben ik overgestapt naar de volleybal. Mijn vader was daar penningmeester. We speelden in de Wielewaal. Als het eerste thuis moest zaten de tribunes vol. Zaterdagmiddag hielp ik achter de bar. Aan het eind van de dag was ik afgedraaid, maar het was een prachtige tijd.
Ook daar ben ik jeugdtrainer geweest. Ik weet nog dat een spelertje vervelend was. Die heb ik in een basket gehesen. Daar heeft-ie een half uur gehangen. Toen kon dat nog. Later heb ik nog even getafeltennist. In het oude verenigingsgebouw. Er stonden vijf tafels in de grote zaal, maar die waren vaak bezet. Dus zat ik regelmatig aan de bar bij Jan van Baaren.
In 1990 haalde m’n maatje Jan de Jongh me over om te gaan tennissen. Binnen een mum van tijd zat ik in de Sociale Commissie. We organiseerden de catering rond de toernooien, maar deden ook het parkbeheer en de verbouwingen in het clubhuis. Ik rolde van de ene commissie in de andere.
Onder voorzitter Thom Uitenboogaard ben ik secretaris geweest en vice-voorzitter. In die tijd zat ik ook in de Jubileumcommissie. Ja, dat was een mooie tijd. Met een club mensen hebben we een jaar lang activiteiten georganiseerd. Het hoogtepunt was het jubileumfeest in de Donderberg. Bijna iedereen was er. We hadden voor de leden busvervoer geregeld naar Leersum. Met het bestuur hadden we het voor elkaar gekregen dat we met de limousine van Van Voskuilen werden vervoerd. Arie Wolswinkel achter het stuur en wij met champagne achterin. Dat was geweldig!
Later heb ik de coördinatie op me genomen van de bardiensten. En ben ik lid geworden van de Technische Commissie. Samen met Jan de Jongh organiseerden we de clubkampioenschappen, het jaarlijkse hoogtepunt van ’t Schilt. De hele club deed mee. Oud en jong, honderden spelers.
In die tijd ging alles nog met pen en papier en met kaartenbakjes. De wedstrijdschema’s hingen aan de muur. We belden mensen thuis op hoe laat ze moesten spelen. Jan en ik namen tijdens de kampioenschappen twee weken vrij. We zaten dag en nacht op de club. Eten schoot er vaak bij in. Gelukkig woonde Nanda Veenendaal naast de tennisbaan. Zij belde regelmatig op of we wat kwamen eten.
Op een gegeven moment gingen veel mensen andere dingen doen. Er zat weinig schwung in de club. De oude garde vond het allemaal wel best. We hadden nauwelijks 300 leden, de vereniging was op sterven na dood. Een nieuw bestuur zorgde voor een frisse wind. Geld werd niet meer opgepot, maar er werd geïnvesteerd. Er kwamen nieuwe padelbanen, het park kreeg een opknapbeurt, de kantine werd gerenoveerd en er we kregen een nieuw terras.
Sindsdien zit de club weer in de lift. Van veel bezoekers ontvangen we complimenten. Terecht, het ziet er fantastisch uit! Vijf jaar geleden raakte Erwin Damme uitgeschakeld. Hij deed de inkoop en het voorraadbeheer in de kantine. Het bestuur vroeg mij of ik die taak wilde overnemen. Dat heb ik gedaan.
Op zondag doe ik de bestellingen, ik zorg dat de koelkasten gevuld zijn en dat de barmedewerkers alles makkelijk kunnen pakken. Ik ben vrijwel dagelijks op het park. Mensen weten me te vinden. Het wisselen van de biervaten gaat wat lastiger sinds ik ziek ben. Gelukkig springt Hans Vergeer daarvoor vaak bij. Dat werkt perfect. Hans is een wereldvent!
Corona was een verschrikking. In feite was ik alles kwijt; mijn hobby, de aanspraak en de sociale contacten. Ik werd er depressief van. Het enige wat ik deed was werken en slapen. Een verschrikkelijke periode.
We zijn een grote club met veel enthousiaste leden. Jong en oud. Een hoop daarvan zet zich in voor de club. Toch merk je dat er een aantal leden is dat weinig doet. Dat is jammer. Ik begrijp dat mensen druk zijn en dat ze niet overal zin in hebben, maar veel leden willen wel graag een drankje nemen aan de bar. Iedereen vind het prettig om op een mooi tennispark te spelen. We moeten er met zijn allen voor zorgen dat dat zo blijft.
Eind vorig jaar is bij mij slokdarmkanker geconstateerd. Dat is niet meer te genezen. In november gaf de oncoloog aan dat ik niet meer dan een jaar te leven heb. De toestand is stabiel op dit moment. Ik heb wel wat pijn, maar met paracetamol is het goed te houden.
De saamhorigheid binnen de club is groot. Toen ik vertelde dat ik ziek was, leek het wel of sommige leden verdrietiger waren dan ik. Voor bestraling ben ik een aantal keren naar Utrecht geweest. Vrienden van de club stonden in de rij om me te brengen en te halen. Dat was top.
Ik word uitgenodigd voor voetbalwedstrijden en mensen brengen me spontaan eten. Sommigen wekelijks. In het begin at ik vrij moeilijk. Dan maakten ze soep. Regelmatig krijg ik kaarten en appjes. Mensen bellen me op, gewoon om even te vragen hoe het gaat. In december is er als verrassing een verjaardagsfeest georganiseerd in de kantine.
Binnenkort krijgt mijn voortuin een opknapbeurt. Iedereen staat voor me klaar, dat is echt niet te geloven!’
‘We moeten er met z’n allen voor zorgen dat het leuk blijft bij de club’
‘Binnen een mum van tijd zat ik in de Sociale Commissie’




0 reacties