WOUDENBERG De opa van Karel, Marinus Druijff (1890) is in 1920 het bedrijf opgestart met de overname van de Helms bodedienst met een lening van zijn oom voor een bedrag van 5000 gulden. In die tijd een behoorlijk bedrag. Marinus deelde zijn leven met de Cornelia Lokhorst (1890), zij overleed in 1976 en Marinus in 1971. Voor de opstart van het bedrijf werkte hij als schaapsherder.
Druijff begon aan de Uitleg (de huidige Dorpsstraat) in het pand waar nu kleding kan worden gekocht bij What2wear bij Gea.
In de eerste vier jaar werkte opa Marinus alleen en in 1924 jaar kocht hij de eerste vrachtwagen, een T-Ford. Toen kwam er in 1929 al de tweede vrachtwagen, een Chevrolet, opgevolgd door een derde in 1938, een Austin. Groeide door met z’n vieren samen in het bedrijf en met vijf vrachtwagens.
Opa en oma kregen twee zoons en twee dochters. Zoon Frank (1919) en zoon Rinus (1927) hebben het bedrijf samen zo langzamerhand overgenomen. Frank overleed in 1992 en Rinus in 1982. De grootste klant in de beginjaren was Freule Annie van ”De Boom”. Deze klant was belangrijk om de bodedienst voor te mogen doen. Als Freule Annie het goedkeurde om haar spullen te laten vervoeren door iemand dan was dat een betrouwbaar persoon. Dit was over het algemeen voldoende, over diploma’s hadden ze het toen nog niet.
Opa en zoons hadden in deze tijd nog weinig verhuizingen, meer het rijden voor de detailhandel en particulier. Verhuisbedrijven waren er niet veel, vaak deden mensen dat zelf. Zoveel spullen hadden ze nog niet en vaak bleven ze toch in het dorp wonen of er dichtbij.
Het vervoer was met paard en wagen in die tijd en was de bodedienst, vaak richting Utrecht. Bij de Pyramide kon het paard even water drinken en de koetsier kon even een bakje koffie doen, waarna de rit naar Utrecht kon worden vervolgd. Zo vertelde Karel dat zijn opa en later zijn vader vanaf Utrecht grote ijsblokken vervoerden en deze naar hotel de Holevoet brachten om daar de etenswaar vers en gekoeld te houden. Met een verjaardag in de familiekring bracht vader Frank de ijsblokken mee, deed ze in een teil voor een lekker koud biertje.
De winkels en bedrijven hadden witte bordjes met de naam “Druijff” er op. Deze werden in het zicht geplaatst en zo wist Druijff dat er iets geladen moest worden. Een telefoon bestond toen natuurlijk nog niet. Dat waren de bodedienst-jaren, goederen werden gebracht naar Utrecht of Amersfoort naar een centraal punt. Eerst gewoon op de stoep voor de huizen van de Breestraat en later kwam er in Utrecht een bodehuis. Dat was een verzamelpunt voor meerdere bodediensten.
Er was ook een tijd dat de firma Druijff met een transportfiets de artikelen bij winkels in Utrecht bracht zoals een kapotte bril of een nieuw kunstgebit want deze zaken waren niet te vinden in de kleinere dorpen.
Er werden bijvoorbeeld fietsen van vakantiegangers uit Den Haag door een Haagse bodedienst naar Utrecht gebracht, waarna Druijff voor het verdere transport van die fietsen naar bijvoorbeeld Austerlitz zorgde. Dagbladen en kranten werden meegebracht voor Marinus Jansen de krantenboer. Schoenen voor Vlastuin. Behang voor de schilders (Rath en Doodenheever) meel voor de bakkers enz. enz. enz. Op die manier werden goederen door heel Nederland verstuurd.
In de beginjaren beschikte de vrachtwagens nog niet over een laadklep en moest er bijvoorbeeld een vol vat olie op een jute zak gelegd worden en door 4 man omhoog worden getild. Het lossen van zo’n vat ging wat makkelijker, er werd een oude autoband omheen gedaan en het vat werd van de laadbak afgerold. Later, toen steeds meer mensen een eigen auto aanschaften, nam het aanbod in het versturen van goederen snel af.
In de oorlog was er benzineschaarste. Als oplossing werd gebruik gemaakt van een kolengenerator, maar ook het paard werd letterlijk van stal gehaald. Vader Frank is in de oorlog ondergedoken geweest bij familie Lokhorst op Ekris waar ze de vrachtwagen verstopt hadden in de hooiberg en vader als boerenknecht daar werkte.
Na de oorlog kregen belangrijke mensen en de middenstanders telefoon. Het telefoonnummer van Druijff bedroeg 3 cijfers nr. 252, een personeelsadvertentie plaatste je voor 1.80 cent, administratiekosten bedroegen 40 ct.
Rond 1954 verhuisde het bedrijf van de Dorpsstraat 47 naar de Stationsweg (nu Stationsweg west 68). Daar kwam het gezin van Frank te wonen. Frank (1919 – 1992) en zijn vrouw Susanna Anthonia van Ommeren (1919 – 2008) met het gezin op nr. 66 en Rinus met zijn gezin. En om de week hadden de dames Druijff telefoondienst. Als er dan toch telefoon voor de ander binnen kwam, moest eerst in het kantoortje de lijn worden omgezet. Een heel gedoe zo.
Frank en zijn vrouw kregen drie kinderen: dochters Mineke & Corrie en zoon Karel. Rinus kreeg drie dochters. En in deze jaren waren er weinig dochters die een bedrijf gingen runnen. Rinus was lichamelijk minder sterk en deed voornamelijk papier werk en Frank zat op de vrachtwagen.
De bodediensten namen af en de behoefte aan verhuiswagens nam toe maar ook naar het vervoer voor bedrijven kwam vraag. Klanten die nu nog steeds klant zijn en waar dagelijks voor gereden wordt.
Vakantietijd in die jaren, daar had vader een pracht oplossing voor. In één van de vrachtwagens werden wat meubels en kookgerei gezet en zo ging de familie een paar dagen per jaar op vakantie. Met 2 man voorin de cabine en de rest van de familie in de laadbak bij de vakantiespullen. Prachtig toch.
In de jaren 60/70 kregen ze meer werk voor Nagron en Tempo en Overheem, transportrollen naar de havens van Rotterdam vervoeren. Later is het vervoer voor Gamma, Praxis en Hubo erbij gekomen.
Op 11 maart 1974 kwam Karel in dienst bij “Firma Druijff “ en verdiende hij 39 gulden per week en 5 gulden aan overuren. In 1975 trouwt hij met zijn Tineke en kreeg daardoor een loonsverhoging. Volgens Karel is de reden daarvoor dat vrouwen veel geld kosten. Ik kreeg de indruk dat daar de meningen over verdeeld zijn.
Karel is in die tijd behoorlijk sportief en speelt fanatiek korfbal. Vanwege zijn lengte en snelle voetwerk wordt hij “De Teckel” genoemd. Het team had een verrassing in petto voor Karel en Tineke. Zij regelden een teckelpup en zouden deze op de dag van trouwen geven, maar de teckel werd eerder afgeleverd dus het werd hoog tijd om te trouwen en tot de dag van vandaag is hun liefde voor de teckel nog duidelijk aanwezig en overgegaan naar de kinderen.
Karel neemt de zaak in 1985 over. Vanaf dat moment was zijn vrouw Tineke eigenlijk verplicht om thuis te blijven om de telefoon aan te nemen en de nodige pakjes. Dat was een grote overgang want voor die tijd werkte ze in de drogisterij van Trix en Louis Jansen, daar sprak en zag ze dagelijks mensen. Samen krijgen ze drie kinderen, Carolien, Bianca en als laatste Mark, die nu samen met zijn vrouw Andrea de huidige eigenaar is.
Zo door de jaren heen laat vader Frank zijn gezondheid hem in de steek en neemt Karel het bedrijf over, vader helpt nog mee waar hij kan. Zo draait het bedrijf door.
In de crisisjaren gaat het ook bij Druijff wat minder maar over het geheel zijn ze tevreden met drie vrachtwagens voor het vaste werk en twee vrachtwagens voor verhuizingen en ander los werk. Gemiddeld deden ze 3 tot 4 verhuizingen per week. De tijd van de kerstparketten rijden was altijd een gezellige tijd, waarbij alle bedrijven in de omgeving werden voorzien van de pakketten voor hun personeelsleden.
Er is tijdens de nachtelijke uurtjes ook vuurwerk vervoerd vanaf Leeuwarden.
In het bedrijf is opslaan van goederen en inboedels ook al een hele tijd onderdeel van de diensten. Een leuke anekdote is dat Tineke naar de bieb gaat, een vrouw komt naar haar toe en kijkt naar Tineke haar schoenen en zegt: met de verhuizing ben ik een paar schoenen kwijtgeraakt maar ik zie dat jij ze niet draagt. Ze kenden elkaar goed, dan kan zoiets. Bij het 40-jarig trouwfeest heeft zoon Mark de oude transportfiets op laten knappen en kwam met deze fiets naar het feest.
Ondertussen is er het nodige veranderd zoals het werkboekje waar ze strepen moesten zetten van de tijd dat je rijdt naar de tachograaf en wat nu allemaal digitaal gaat. Het rijdend materiaal is moderner geworden en de prijs die je betaalt als je gaat tanken is ook niet meer te vergelijken met de bedragen in het verleden. Het gebruik van de telefoon is een stuk makkelijker geworden en niet alléén op de telefonie afdeling heeft de vooruitgang niet stil gestaan bij firma Druijff. Mark heeft na zijn opleidingen gewerkt bij een transportbedrijf in Hoogland en is daarna bij Karel komen werken.
In 2020 bestond het bedrijf 100 jaar, Andrea, de vrouw van Mark, heeft zich hier hard voor gemaakt om het bedrijf een predicaat Hofleverancier te laten krijgen. Daar komt veel voor kijken, het personeel werd ondervraagd, er werd gekeken of men geen strafblad had en of de informatie van de Kamer van Koophandel wel klopte. Er zijn heel wat uren gaan zitten in het aanleveren van alle documenten om te bewijzen dat Druijff het predicaat waardig was.
In 2018 hebben Mark & Andrea de besturende functies overgenomen en zij zijn nu de vierde generatie en zijn in 2020 met het bedrijf verhuisd naar de Klein Landaas. Dat was voor Karel en Tineke een hele verandering, het werd stil op de dam. Maar ook dan komt er een tijd dat ook dat weer gewoon wordt.
Karel rijdt nog enkele dagen mee en doet hand- en spandiensten voor het bedrijf.
Wat wel ouderwets is gebleven in deze 100 jaar en voor elke generatie geldt, is het volgende: zij vinden het belangrijk om te blijven investeren om het transportbedrijf te kunnen verduurzamen in het wagenpark. Zodat deze blijft voldoen aan de moderne (milieu)eisen en voorzien zijn van allerlei technieken wat de veiligheid voor verkeer vergroot.
Zij zien de mensen die bij hen werken niet als personeel, zij zien hen als ons team. Want naast kwaliteit staan goede service en klantgerichtheid hoog in het vaandel en ook goed werkgeverschap, een open, loyale en respectvolle werksfeer en een familiare relatie met de werknemers.
Karel en Tineke, bedankt voor jullie verhaal en gezonde jaren samen toegewenst.
Mark en Andrea, veel succes met jullie bedrijf in de toekomst.
door Janny Goemaat




0 reacties